Kerstcolumn Marcel Verreck: 'Wie vertelt het verhaal en wie vertelt er verhaaltjes?'

Marcel Verreck
Marcel Verreck
DEN HAAG - null
Marcel Verreck spreekt in zijn wekelijkse column in het politieke radioprogramma Spuigasten op Den Haag FM zijn stadsgenoten toe. In deze column spreekt hij over Kerst. https://youtu.be/hoktdt-NA3c
Stadgenoten,
Ik had een droom. En bedoel ik een echte droom, tijdens het slapen. Als mensen tegenwoordig een droom hebben, dan gaat het om het verkrijgen van een nieuwe keuken, of dat ze nou eindelijk eens naar Oostenrijk mogen om van de hellingen te boosteren of dat ze Ivar Lingen een keer in het echt mogen ontmoeten. Ik had daar eerst Marco Borsato staan, maar je kan niet voorzichtig genoeg zijn in deze tijden.
Ik had dus een droom. Ik liep door het landschap van mijn jeugd, ik herkende de speelweide van het Park Sorghvliet, die grenst aan de tuin van het Catshuis.
Zoals altijd in de jaren zeventig liep ik daar tegen een bal te schoppen. Tegenwoordig zijn balspelen in het park volgens mij verboden, de biodiversiteit is zo in de knel geraakt, dat er bij elk bloempje een vrijwillige natuurbeveiliger staat.
Maar toen en in mijn droom kon ik mijn gang gaan. Ik was niet de enige op de speelweide. Verderop liep een iets jonger knaapje met een brilletje en wat pukkeltjes te pielen met een hockeystick. Ook in zijn eentje. Als twee planeten werden wij naar elkaar toe getrokken.
‘Hallo’, zei ik, ‘ik ben Marcel.
‘Hallo,’ zei hij, ‘ik ben Mark.’
‘Zullen we samen spelen?’ vroeg ik.
‘Ja, gaaf,’ zei hij en hij grijnsde breed, ‘hockeyen?’
‘Liever niet,’ zei ik, ‘dat is meer voor kakkers.’
Zijn grijns bevroor.
‘Voetballen?’ stelde ik voor.
‘Dat is voor burgers,’ zei hij, ‘weet je wat, we doen het allebei.’
Hij gaf met zijn hockeystick een klap tegen mijn voetbal.
‘Ga jij op doel, dan ga ik slaan.’
De bal kwam nauwelijks vooruit.
Maar de kleine Mark had onmiddellijk een andere oplossing.
‘Laten we dan gaan voetballen met de hockeybal.’
Hij gaf een trap tegen het kleine harde balletje.
‘Au! Au!’
Hij krijste het uit, greep zijn pijnlijke voet en hinkte op één been.
Ook nu was de bal nauwelijks vooruitgekomen.
Het hek bij het Catshuis ging open en er kwam een wat rommelige kale man de weide op gelopen.
De kleine Mark hield meteen op met janken en staarde met open mond naar de fladderige figuur. Hij had iets van een tovenaar, een sprookjesfiguur, ik wist niet of ik bang voor hem moest zijn of niet.
Toen hij dichterbij kwam, herkende ik hem. De man was vrijwel elke avond op de televisie.
‘Dat is Joop den Uyl’ hoorde ik naast mij fluisteren, ‘de minister-president, ken je die?’
‘Natuurlijk,’ zei ik, ‘mijn ouders stemmen op hem.’
‘De mijne niet,’ zei de jongen met de bril, ‘maar hij is wel de baas van het land.’
‘Nou,’ zei ik,’ volgens mij is dat prins Bernhard.’
Die was dan wel de man van de koningin, maar in die tijd was de man toch nog duidelijk het hoofd van het gezin. En prins Bernhard deed gewoon waar hij zin in had en dat mocht alleen de baas van het land.
De droom ging verder, de premier liep op ons af en zei: ‘Ik wil jullie iets geven. Ik heb twee cadeautjes, jullie mogen kiezen. De oudste mag eerst.’
‘Dat ben ik,’ zei ik. De kleine hockeyer stond er wat bedrukt bij.
‘Ik heb,’ zo sprak de premier, ‘een verhaal en een probleem.’
‘Ik wil het probleem,’ schreeuwde Mark, voor zijn beurt, ‘ach geef mij het probleem. Ik vind het leuk om problemen op te lossen. Ja, problemen oplossen! Ik wil het probleem.’
De premier keek mij vragend aan.
‘Geen probleem,’ zei ik, ‘geef mij maar het verhaal. Want een verhaal kan je altijd blijven vertellen. En daar kan je blij van worden, of verdrietig, of je leert er iets van, of je leert er anderen iets door, je vertelt het een ander en dan ga je samen lachen en dan word je vrienden of misschien ga je wel met die ander trouwen, omdat jij zo’n mooi verhaal kan vertellen… kortom, wie een echt verhaal heeft, die kan de toekomst tegemoet treden.’
Waar ik al deze wijsheid vandaan haalde is onduidelijk, maar goed, het was dan ook een droom.
Het beeld verdween, de droom vernevelde, langzaam dreigde ik te ontwaken, maar opeens zag ik de oude premier weer, met een wijze uil op zijn schouder van heel dichtbij en hij zei een beetje verlegen grijnzend: ‘kijk jongens, twee dingen,zonder een probleem heb je geen verhaal, maar zonder een echt verhaal heb je een groot probleem.
De vraag is dus: Wie vertelt het verhaal en wie vertelt er verhaaltjes?’
Toen werd ik langzaam wakker en even dacht ik begrepen te hebben waarom niet ik maar die andere Haagse jongen met dat brilletje uiteindelijk minister-president is geworden.
Maar bij het ontwaken vervloog deze ijdele gedachte.
Hou je Haags, fijne kerst, wees voorzichtig en alvast het allerbeste voor het nieuwe jaar.

💬 Neem contact op! Heb jij een tip of opmerking voor de redactie? Stuur ons een bericht via het contactformulier!

Altijd op de hoogte van het laatste nieuws en achtergronden uit Den Haag? Download onze app en ontvang notificaties bij belangrijk nieuws uit jouw stad!